De Wijzigingen voor 2010
11 november 2009 in Artikelen
In de special Prinsjesdag 2009 schreef ik het al. Wijzigingen in de belastingwetgeving die in september worden aangekondigd, komen eigenlijk nooit ongeschonden door de parlementaire behandeling heen. Het is niet eenvoudig om de reeks van wijzigingen te volgen totdat het uiteindelijk komt tot een definitieve wettelijke regeling. Op de site van de Belastinggids op Maat zullen wij u regelmatig op de hoogte houden van de stand van zaken. Gelukkig zijn er op dit moment niet zoveel wijzigingen te melden, maar wij willen ze u toch niet onthouden.
Stamrechtspaarrekening (Banksparen)
BP2010 Vanaf 1 januari 2010 is het mogelijk om een loonstamrecht (een gouden handdruk die wordt toegekend in de vorm van een periodieke uitkering, een stamrecht) te storten op een geblokkeerde spaarrekening bij de bank. Daarmee wordt deze vorm van stamrecht gelijkgeschakeld met een lijfrentespaarrekening. Een loonstamrecht heeft echter enkele bijzondere kenmerken. Zo is de groep aan wie de uitkeringen mogen toekomen, beperkt tot uzelf, uw partner, uw gewezen partner, en uw kinderen en pleegkinderen die nog geen 30 jaar oud zijn. Is een stamrecht bedongen bij een verzekeringsmaatschappij en zijn er geen personen uit deze groep aanwezig op het moment dat u komt te overlijden, dan stoppen de uitkeringen en gaat het restant van het stamrechtkapitaal over aan de verzekeringsmaatschappij. U mag eventueel bepalen dat het bedrag dan teruggestort wordt naar de ex-werkgever.
Bij de voorstellen om het loonstamrecht ook toe te staan bij een bank, was over deze overgang bij overlijden niets geregeld. De nog niet uitgekeerde termijnen gingen daarmee automatisch over naar de erfgenamen die over deze termijnen inkomstenbelasting in box 1 moesten betalen.
Dat is veel ruimer dan bij de vorm waar het stamrecht wordt verzekerd bij een verzekeringsmaatschappij en dat moet niet. Daarom is nu toegevoegd dat de nog niet uitgekeerde termijnen alleen zonder directe belastingheffing over kunnen gaan op iemand uit deze groep. U moet deze personen in de stamrechtovereenkomst aanduiden. De gerechtigden betalen wel belasting, maar alleen over de losse uitkeringen, en niet ook nog eens in één keer over het bedrag dat bij overlijden op de stamrechtspaarrekening staat. Is er niemand uit deze groep die de uitkeringen kan krijgen (bijvoorbeeld om er geen partner meer is en de kinderen ouder dan 30 jaar zijn), dan wordt het bedrag op de stamrechtrekening in één keer bij het inkomen van de erflater belast als loon uit vroegere dienstbetrekking. Wat er daarna netto overblijft is dan natuurlijk bij de erfgenamen niet nog een keer belast met de box 1-heffing. De erfgenamen krijgen het netto bedrag in handen en dat valt bij hen in box 3.
BPM bonus zuinige auto’s
BP2010 In de plannen stond een bonus (verlaging van de BPM) aangekondigd voor zuinige auto’s voor het jaar 2010. Deze bonus zou € 700 gaan bedragen. Hij is nu opgetrokken naar € 750. De definitie van zuinige dieselauto is iets aangepast, dat is voor deze bonus nu een uitstoot tussen 95 en 120 g/km.
Vermogen in box 3 in jaar van overlijden
FVEW Vanaf 1 januari 2011 worden de twee peildata in box 3 (1 januari en 31 december) vervangen door één peildatum: 1 januari van het belastingjaar. Dat lost ook het probleem van toerekening van vermogen in box 3 in het jaar van overlijden op. Omdat de peildatum 1 januari is, kan het vermogen tussen fiscale partners vanaf die datum weer verdeeld worden. Dat is nog eens een echte vereenvoudiging te noemen. Afgelopen met het uitzoeken van wie nou precies al die vermogensbestanddelen zijn. Gelukkig!
Heffingsrenteperikelen
FVEW Het blijkt iedere keer weer een heikel punt. Heffingsrente wordt als een probleem ervaren. De manier van berekenen staat ook niet vermeld op het aanslagbiljet en je moet maar aannemen dat het goed is. De percentages worden weliswaar gepubliceerd, maar wie weet precies hoe de berekening moet lopen? U vindt de berekening in ieder geval in de belastinggidsopmaat in het algemene deel. Deze kunt u vanaf half januari weer bestellen.
Tot 1 januari 2006 begon de heffingsrente te lopen vanaf 1 januari van het jaar volgend op het belastingjaar in kwestie. Vanaf 1 januari 2006 werd het aanvangstijdstip vervroegd tot 1 juli van het betreffende belastingjaar.
Als een voorlopige aanslag werd verminderd, kon dat op twee manieren. Door het opleggen van een nadere (negatieve) voorlopige aanslag, waarbij heffingsrente werd vergoed vanaf 1 juli van het belastingjaar, of door het verminderen van de aanslag. In het laatste geval werd geen heffingsrente vergoed, maar omdat er geld werd geretourneerd, werd er invorderingsrente vergoed. De termijn voor de invorderingsrente begon echter pas op 1 januari van het jaar volgend op het belastingjaar. Daardoor kon u een half jaar rente mislopen. In de Fiscale Vereenvoudigingswet wordt nu voorgesteld om de heffingsrente per 1 januari 2010 ook weer te laten beginnen op 1 januari van het jaar volgend op het belastingjaar. Dan maakt het niet meer uit op welke manier een te hoge aanslag wordt gecorrigeerd.
Om deze regelingen goed op elkaar te laten aansluiten zijn er twee nieuwe wijzigingen voorgesteld. Die gelden voor specifieke situaties.
De eerste gaat over een positieve voorlopige aanslag die wordt verlaagd, maar nog wel een bedrag te betalen laat zien.
Voorbeeld
U krijgt op 30 juni 2011 een voorlopige aanslag over 2010 van €1000. Daarover wordt €20 heffingsrente berekend, over de periode 1 januari 2011 tot en met 30 juni 2011. U betaalt de aanslag plus de heffingsrente keurig op tijd. De aanslag wordt op 30 september verminderd tot €800. De heffingsrente wordt dan ook in dezelfde verhouding verminderd, dus naar €16. Maar uw betaling is nu €200 te hoog geweest. Daarover wordt nu invorderingsrente vergoed, eveneens terug to 1 januari 2011.
In de tweede situatie wordt een positieve voorlopige aanslag verminderd tot een negatieve.
Voorbeeld
U krijgt op 30 juni 2011 een voorlopige aanslag over 2010 van €1000. Daarover wordt €20 heffingsrente berekend, over de periode 1 januari 2011 tot en met 30 juni 2011. De aanslag wordt op 30 juli verminderd tot negatief €800. De aanslag is nog niet betaald. De heffingsrente wordt verminderd tot €0. Over de teruggave van €800 wordt vanaf 1 januari 2011 heffingsrente vergoed.
Werkkostenregeling
Er is wat meer duidelijkheid gekomen in de vergoedingen en verstrekkingen die onder de werkkostenregeling gaan vallen en die nog apart vergoed of verstrekt mogen worden.
Hieronder vindt u een tabel met daarin verschillende categorieën van kosten. De eerste wordt gevormd door kosten die onder de huidige wetgeving onder de regels voor de eindheffing vallen. Deze kosten gaan behoren tot de werkkosten, waarvoor 1,5% van de loonsom vergoed kan worden. De tweede categorie gaat ook onder de werkkostenregeling vallen. Voor de derde categorie gelden vrijstellingen. Die mogen dus onbelast worden vergoed onder de aangegeven voorwaarden. Dan zijn er nog posten waarvan de fiscale behandeling niet gaat veranderen en tot slot een restrubriek. Bestudering van deze tabel kan bijzonder nuttig zijn.
De oogst viel wel mee. Maar we zijn er nog niet. Er kan nog meer veranderen. Zodra dat het geval is, zullen wij weer een nieuwsbericht plaatsen op www.belastinggidsopmaat.nl.
Voor nu wensen we u wederom een paar interessante leesuurtjes.
Marjan Langbroek
Belastinggids op Maat
Overzicht bijzondere posten werkkostenregeling* |
|
|---|---|
|
Posten die onder het algemeen forfait vallen; thans aangewezen als eindheffingsbestanddeel |
Behandeling volgens de werkkostenregeling |
|
Aan- of verkoopkosten van woningen bij verhuizingen, niet zijnde bedrijfsverplaatsing |
Algemeen forfait** |
|
Achtergestelde vliegvervoerbewijzen door luchtvaartmaatschappijen en aanverwante bedrijven |
Algemeen forfait |
|
Kerstpakketten en andere kleine geschenken |
Algemeen forfait |
|
Maaltijden in kantines |
Algemeen forfait met een forfaitaire besparingswaarde |
|
Niet-verhaalde verkeersboetes |
Algemeen forfait |
|
Parkeer-, veer- en tolgelden |
Algemeen forfait (niet zijnde auto van de zaak) |
|
Schade wegens diefstal tijdens de vervulling de dienstbetrekking |
Algemeen forfait |
|
Schade door overstromingen, aardbevingen en dergelijke, die niet pleegt te worden verzekerd |
Algemeen forfait |
Overige posten die onder het algemeen forfait vallen |
|
|
Apparatuur, gereedschappen en instrumenten voor gebruik thuis |
Algemeen forfait |
|
Bedrijfsfitness elders |
Algemeen forfait (factuurbedrag) |
|
Bedrijfsfitness op de werkplek |
Algemeen forfait met een lage forfaitaire waardering per werknemer die ervan gebruik kan maken |
|
Contributie van personeelverenigingen |
Algemeen forfait |
|
Contributie voor vakvereniging |
Algemeen forfait |
|
Fiets, elektrische fiets, scooter e.d. (terbeschikkingstelling) |
Algemeen forfait |
|
Huisvesting buiten de woonplaats door permanente werkzaamheden elders |
Algemeen forfait |
|
Internet thuis en dergelijke communicatiemiddelen |
Algemeen forfait |
|
Personeelsfeesten, personeelsreizen, en dergelijke |
Algemeen forfait |
|
Persoonlijke verzorging |
Algemeen forfait |
|
Producten van het eigen bedrijf |
Algemeen forfait |
|
Reiskostenvergoedingen, declaraties, voor reizen met eigen vervoer van meer dan € 0,19 per kilometer |
Algemeen forfait |
|
Rentevoordeel van aan personeel verstrekte leningen |
Algemeen forfait |
|
Representatiekosten en relatiegeschenken (aan medewerkers) ten behoeve van interne relaties |
Algemeen forfait |
|
Vakliteratuur thuis |
Algemeen forfait |
|
Verhuiskosten, niet in het kader van bedrijfsverplaatsing |
Algemeen forfait |
|
Voeding, verlichting of verwarming in verband met onregelmatige diensten of continudiensten |
Algemeen forfait |
|
Werkkleding die mee naar huis gaat en geschikt is om ook thuis te dragen |
Algemeen forfait |
|
Werkruimte bij de werknemer thuis |
Algemeen forfait |
Posten met een nihilwaardering, die geen forfaitaire ruimte innemen |
|
|
Arbo-voorzieningen |
Nihilwaardering |
|
Vakliteratuur op de werkplek |
Nihilwaardering |
|
Consumpties tijdens werktijd, die geen deel uitmaken van de maaltijd |
Nihilwaardering |
|
Inrichting van de werkplek, niet zijnde de werkplek in de eigen woning |
Nihilwaardering |
|
Mobiele telefoons (zakelijk gebruik > 10%) |
Nihilwaardering |
|
Openbaarvervoerkaart (mede zakelijk gebruik) |
Nihilwaardering |
|
Portable computers, zoals notebooks en laptops (zakelijk gebruik 90% of meer) |
Nihilwaardering |
|
Uniformen, werkkleding die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om tijdens het werk te dragen en werkkleding die op het werk achterblijft |
Nihilwaardering |
|
Voordeelurenkaart (mede zakelijk gebruik) |
Nihilwaardering |
Posten met een gerichte vrijstelling (bestaande wettelijke regelingen) |
|
|
Abonnementen voor reizen met openbaar vervoer |
Gerichte vrijstelling |
|
Bijscholing, cursussen, congressen, training e.d. |
Gerichte vrijstelling |
|
Maaltijden als gevolg van overwerk, koopavonden, dienstreizen e.d. |
Gerichte vrijstelling |
|
Outplacement |
Gerichte vrijstelling |
|
Reiskostenvergoedingen, declaraties, voor reizen met eigen vervoer van maximaal € 0,19 per kilometer |
Gerichte vrijstelling |
|
Studiekosten van medewerkers |
Gerichte vrijstelling |
|
Verblijfskostenvergoeding door tijdelijke werkzaamheden elders |
Gerichte vrijstelling |
|
Extraterritoriale kosten |
Gerichte vrijstelling |
|
Losse kaartjes voor zakelijke reizen met openbaar vervoer |
Gerichte vrijstelling |
|
Fiets, elektrische fiets, scooter e.d. (per afgelegde zakelijke reiskilometer) |
Gerichte vrijstelling*** |
Overige posten |
|
|
Dienstwoning |
Individuele heffing bij werknemer |
|
Personenauto en bestelauto |
Bestaande wettelijke regeling |
|
Representatiekosten en relatiegeschenken ten behoeve van externe relaties en klanten |
Intermediaire kosten |
* niet-limitatieve opsomming
** tenzij anders vermeld geldt als waarde voor verstrekkingen de hoofdregel (hetgeen in rekening is gebracht danwel de waarde in het economische verkeer)
*** tot en met € 0,19 per kilometer: zie bij reiskostenvergoedingen
Volg ons via twitter
Volg ons via RSS
Schrijf u in voor de Nieuwsbrief