Onderhoudspotje VvE in box 1 of box 3?
29 mei 2010 in ArtikelenWie in een appartement woont, is van rechtswege lid van de Vereniging van Eigenaren. Deze vereniging is verantwoordelijk voor het onderhoud van de gezamenlijke delen van het appartementsgebouw, zoals entree, servicekosten voor verlichting in gezamenlijke ruimtes, dak en dergelijke. De daarmee gepaard gaande kosten worden betaald uit een gezamenlijk potje. Iedere eigenaar legt daar periodiek een bepaald bedrag op in. Soms gaat het om forse bedragen, bijvoorbeeld als het dak binnenkort moet worden vervangen. Als eigenaar heeft u niet meer de beschikkingsmacht over de gelden in dit potje. De vraag is daarom of dit wel moet worden aangegeven.
De staatssecretaris is al sinds jaar en dag van mening dat dit onderhoudspotje behoort tot de grondslag van box 3 en dat daar dus 1,2% belasting over betaald moet worden. Dat de eigenaren geen beschikkingsmacht over dat geld hebben, is volgens hem niet relevant. De rechtbank in Haarlem en het Hof Amsterdam volgden dit standpunt van de staatssecretaris. Daarbij beriepen zij zich op de uitspraak van de Hoge Raad van 8 september 1993 (nr 29 300), waarin wordt geoordeeld dat bij de vaststellen van de WOZ-waarde de reserve in mindering moet worden gebracht op de verkoopprijs. Daaruit wordt dan de conclusie getrokken dat het onderhoudspotje een afzonderlijk recht is, dat niet tot de eigen woning behoort en dus in box 3 is belast. De rechtbank doet ook een beroep op de wetsgeschiedenis. Daarin wordt gezegd dat het lidmaatschapsrecht van de Vereniging van Eigenaren niet een recht is dat direct betrekking heeft op een onroerende zaak. Het Hof was het daarmee eens.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad denkt daar anders over (Conclusie advocaat-generaal d.d. 4 februari 2010, nr 09/00181, te vinden op www.rechtspraak.nl). Hij gebruikt daarbij de volgende redenering. Het lidmaatschapsrecht van een VvE komt van rechtswege op aan de gerechtigde tot het appartementsrecht. Het kan niet afzonderlijk worden verkocht. De reserve die bepalend is voor de waarde van dat recht heeft bovendien betrekking op kosten voor het appartement die in principe onder de eigenwoningregeling vallen. Het lidmaatschapsrecht heeft dan ook geen afzonderlijke betekenis los van het appartementsrecht, zodat het voor toepassing van de eigenwoningregeling als deel van de eigen woning moet worden beschouwd. Juridisch is dit anders, daar is het recht een afzonderlijk recht en het zou dus in box 3 moeten worden belast. De wet inkomstenbelasting kent een regeling voor het geval een vermogensbestanddeel zowel in box 1 als in box 3 kan worden belast. Dan gaat box 1 vóór.
Concreet: Het lidmaatschapsrecht van een VvE maakt deel uit van de eigen woning. Dat er bij het bepalen van de WOZ-waarde geen rekening mee wordt gehouden (de waarde van de reserve wordt afgetrokken van de vrije verkoopwaarde), doet niet ter zake. De woning mag in box 1 dus gewoon voor de WOZ-waarde worden aangegeven. Heeft u geld geleend voor het vullen van het onderhoudspotje, dan valt deze lening in box 3, zelfs als het onderhoud nog niet is uitgevoerd.
Heeft u nog geen aangifte gedaan, dan geeft u het potje dus niet aan in box 3 en trekt de rente op de financiering af bij de eigen woning. Heeft u wel aangifte gedaan en het potje wel aangegeven, dan maakt u bezwaar tegen de aanslag en vraagt uitstel voor de motivering totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan.

Volg ons via twitter
Volg ons via RSS
Schrijf u in voor de Nieuwsbrief