Home » Nieuws en artikelen » Buitenlandse spaartegoeden

Buitenlandse spaartegoeden

28 februari 2010 in Artikelen

De Hoge Raad heeft duidelijkheid gegeven over de bevoegdheid van de belastingdienst om na de normale navorderingstermijn van 5 jaar alsnog belasting te heffen over buitenlandse spaartegoeden en inkomsten daaruit.

Wie zijn buitenlandse spaartegoeden uit het zicht van de fiscus probeert te houden, kan door allerlei zaken tegen de lamp lopen. Personeel dat kwaad is weggelopen bij de bank met medeneming van vertrouwelijke informatie, gesotelen informatie en ga zo maar door. De belastingdienst doet ook pogingen om mensen over te halen hun spaartegoeden alsnog op te geven door de boete te matigen. Dit heet de inkeerregeling.

Voor de te weinig geheven belasting moet een navorderingsaanslag worden opgelegd. Normaal gesproken moet deze worden opgelegd binnen vijf jaar na het einde van het belastingjaar in kwestie, verlengd met de termijn waarvoor uitstel voor het doen van aangifte is gevraagd en verleend. Voor buitenlandse tegoeden geldt een termijn van 12 jaar. Dat is door de Hoge Raad (na ingewonnen advies van het Europese Hof van Justitie) genuanceerd. De inspecteur mag inderdaad 12 jaar terug met zijn aanslagen als de belastingdienst geen weet had en kon hebben van de verzwegen tegoeden. Als de inspecteur aamwijzingen heeft van de verzwegen tegoeden moet hij voortvarend te werk gaan, zowel met het verkrijgen van de inlichtingen die nodig zijn om de belastingschuld vast te stellen, als met het voorbereiden en vaststellen van de aanslag. Dan wordt de toegestane navorderingstermijn beperkt tot tijd die hij redelijkerwijs nodig heeft voor verzamelen van gegevens en opleggen van de aanslag.


Reacties:

Reageren?


 Volg ons via twitter    Volg ons via RSS  Schrijf u in voor de Nieuwsbrief