Stap 1 van 5

Hieronder vindt u een lijst met beschikbare hoofdstukken. Achter elk hoofdstuk staat een vraagteken. Klik op het vraagteken om uitleg bij de bijbehorende module te krijgen. Wilt u op uw gemak kijken welke modules u nodig heeft voor welke vragen van de Belastingdienst, dan nodigen we u uit om ons overzicht te downloaden. U ontvangt onze Belastinggids op Maat digitaal, per hoofdstuk 1 pdf-bestand.

Heeft u een fiscaal partner?  ?
Wanneer u 'ja' kiest krijgt u de hoofdstukken in de partneruitvoering toegestuurd. Wanneer u 'nee' selecteert krijgt u de alleenstaande versies.




Welke hoofdstukken wenst u te bestellen?
De kosten zijn als volgt: Voor het algemene deel betaalt u € 6,-, De Special 'De Cijfers voor 2010' krijgt u gratis en voor alle overige hoofdstukken betaalt u slechts € 1,- per hoofdstuk.
  • ?
  • ?
  • ?
  • ?
  • ?
  • ?
  • ?
  • ?
  • ?
  • ?
  • ?
  • ?
  • ?

Het algemene deel vertelt u hoe het belastingstelsel in elkaar zit. U krijgt te horen wat een box is, dat er drie boxen zijn, welk inkomen in welke box is belast en tegen welk tarief. En hoe zit het met aftrekposten? Welke zijn er en in welke box zijn ze aftrekbaar? En wat zijn heffingskortingen nu precies, hoe hoog zijn ze en op welke heeft u recht?

Daarbij krijgt u uitleg over het aangifteprogramma van de belastingdienst en hoe dit aansluit op het belastingstelsel. En natuurlijk wat er gebeurt nadat u aangifte heeft gedaan, zoals het opleggen van aanslagen, het instellen van bezwaar en beroep.

Het fiscale partnerschap heeft zéér vérstrekkende gevolgen. U zult dus eerst moeten bepalen of u wel of niet een partner heeft en in sommige gevallen of u wellicht moet kiezen voor het partnerschap.

U heeft in ieder geval géén partner als u niet met iemand op hetzelfde adres woont. U hoeft het onderdeel partnerschap dan niet te kiezen en wordt daar verder in de gids niet mee lastig gevallen.

U heeft in ieder geval wél een partner als u gehuwd of geregistreerd partner bent zonder gescheiden te leven. U moet dan wél het onderdeel partnerschap bestellen en in de rest van de gids wordt waar nodig aandacht besteed aan het partnerschap. Dat geldt ook als u slechts een deel van het jaar gehuwd of geregistreerd partner bent.

En dan kan het zijn dat u ongehuwd met iemand samenwoont. U kunt, als u beiden meerderjarig bent, dan kiezen voor het partnerschap als u in een kalenderjaar minimaal zes maanden een gezamenlijke huishouding voert en op hetzelfde adres staat ingeschreven in het bevolkingsregister.

Als uw partner gedurende het jaar is overleden, kunt u kiezen voor het fiscale partnerschap. Als niet voldaan wordt aan de eis van een gezamenlijke huishouding gedurende ten minste zes maanden, kunt u in geval van overlijden toch ook kiezen voor het fiscale partnerschap als u dat vorig jaar ook heeft gedaan.

Het partnerschap is niet weggelegd voor een ouder met een kind dat nog geen 27 jaar oud is. En bovendien kunt u tegelijkertijd maar met één persoon partner zijn.

Maar hoe weet u nou of u wél of niet voor het partnerschap moet kiezen? In vrijwel alle gevallen is de keuze voor het partnerschap voordelig. Slechts in uitzonderingssituaties is het beter om niet voor het partnerschap te kiezen. Voldoet u dus aan de voorwaarden, dan is het verstandig om de partnermodule te kiezen.

In de partnermodule wordt precies uitgelegd welke gevolgen het partnerschap heeft voor uw belastingheffing.

Als u ondernemer bent, moet u helaas een boekhouding bijhouden. Dat hoort natuurlijk niet tot uw vak (tenzij u als boekhouder een onderneming uitoefent), en het vreet tijd en aandacht. Toch moet u iets bijhouden want hoe weet u anders hoeveel winst u maakt? Wij kunnen u helaas niet leren boekhouden, maar wij kunnen u wel vertellen hoe de aangifte voor ondernemers er uitziet en wat u moet bijhouden.

Dat vertellen wij in dit onderdeel. Daarbij besteden wij natuurlijk aandacht aan alle voordelen die zijn verbonden aan het ondernemerschap, maar ook aan de aftrekbeperkingen. Het beëindigen van de onderneming komt aan de orde, zij het dat daarbij in veel gevallen een adviseur eigenlijk niet gemist kan worden. Maar als u weet waar het over gaat, kunt u tenminste op een goed nivo met deze adviseur praten.

Als u aangifte gaat doen, is er voor wat betreft de inkomsten uit dienstbetrekking niet zo veel te vertellen. Het simpel invullen van de gegevens lijkt niet zo moeilijk en dat is het ook niet. Wij maken dit onderdeel toch ook dan de moeite waard door u allerlei tips en wetenswaardigheden te vertellen waarmee u uw voordeel kunt doen.

Bij resultaat uit overige werkzaamheden moet u al het werk zelf doen, daar is geen werkgever die de fiscale zaken voor u regelt, zoals bij het inhouden van loonbelasting door een werkgever. U krijgt met deze inkomensbron te maken als freelancer, huishoudelijke hulp, alfahulp en allerlei werkzaamheden waarmee u geld verdient zonder dat er loonbelasting wordt ingehouden. U moet die inkomsten aangeven na aftrek van kosten. En als u vermogensbestanddelen ter beschikking stelt aan de onderneming van uw partner of aan de BV waarin u of uw partner een aanmerkelijk belang (aandelenbezit van 5% of meer) heeft, moeten de resultaten daaruit eveneens worden aangegeven als resultaat uit overige werkzaamheden.

De belangrijkste periodieke uitkering die moet worden aangegeven is de ontvangen alimentatie. Echtscheiding is fiscaal gezien bijzonder gecompliceerd. Wij doen u precies uit de doeken wat u aan moet geven en wat niet.

Verder moet u de periodieke overheidsbijdrage voor de eigen woning aangeven. En ook afkoopsommen van periodieke uitkeringen behoren tot uw inkomen.

Een dikke vier miljoen mensen woont in een eigen woning. Meestal is het aangeven daarvan niet zo moeilijk. Maar als er verhuisd wordt, ligt dat heel anders. Het oude huis wordt verkocht, al dan niet voordat het nieuwe huis wordt aangekocht, en er wordt misschien winst op gemaakt. Die winst moet dan fiscaal gezien in het nieuwe huis worden gestopt, aldus de bijleenregeling. En wat gebeurt er als het oude huis leeg te koop staat, of als u het nieuwe huis leeg laat staan omdat het oude huis nog niet is verkocht? Of als u een woning in aanbouw heeft gekocht? Allemaal situaties die wij u haarfijn uit de doeken doen.

Bijna iedereen leent wel geld voor de aanschaf of verbouwing van het huis. De bank wil dan weten hoe en wanneer de lening wordt afbetaald. Het kan zijn dat voor deze afbetalingsverplichting een kapitaalverzekering wordt gesloten. Dat heet een spaarhypotheek of levenhypotheek. U legt dan periodiek premies in voor deze verzekering. Na 30 jaar keert de verzekering uit en kan de schuld worden afgelost. Ook over deze constructie krijgt u alle details in dit deel.

Deze module is NIET hetzelfde als de Special "De eigen woning". Deze module is bedoeld als hulp bij het doen van aangifte Inkomstenbelasting. De special is bedoeld voor mensen die willen weten welke belastingtechnische gevolgen het kopen, verkopen of hebben van een eigen woning heeft.

Het sociale zekerheidsstelsel in Nederland wordt steeds zwakker. De AOW wordt uitgekleed en bijna niemand haalt de maximale pensioenopbouw. Als u dan met pensioen gaat, heeft u wel veel vrije tijd maar onvoldoende middelen om te genieten van een welverdiende oude dag en dat is zuur. Er zijn verschillende manieren om er voor te zorgen dat u na uw pensionering toch genoeg inkomen heeft om op dezelfde voet verder te leven. U kunt natuurlijk sparen of beleggen, maar u kunt ook een lijfrente sluiten. Dat is een verzekering die op een gegeven moment periodiek termijnen uitkeert, bijvoorbeeld per maand of per kwartaal. Deze laatste vorm wordt door de fiscus ondersteund als er maar sprake is van onvoldoende pensioenopbouw. Dan mag u tot bepaalde bedragen de premie of koopsom voor een lijfrente op uw inkomen in mindering brengen. De keerzijde van de medaille is de belastbaarheid van de uitkeringen.

Sinds 1 januari 2008 is er ook een bancaire vorm van de lijfrente. U stort uw geld dan niet bij een verzekeringsmaatschappij, maar bij een bank, op een geblokkeerde (beleggings)rekening. Daar kunt u dan later gebruik van maken voor uw oudedagsvoorziening op een wijze die erg lijkt op een lijfrente. De inleg op de (beleggings)rekening is onder voorwaarden aftrekbaar en het opnemen van het geld is belast.

Wij leggen u uit hoe dit alles in zijn werk gaat, hoeveel premies u mag aftrekken en welke soorten lijfrentes u mag sluiten.

In 2009 is aftrek van een groot deel van de buitengewone uitgaven vervallen. De nieuwe naam is uitgaven wegens specifieke zorgkosten. U kunt alleen nog maar aftrekken de uitgaven voor ziekte en invaliditeit. Alle andere rubrieken zijn vervallen.

Deze kosten moeten boven een bepaalde drempel uitkomen. Dat is een percentage van uw drempelinkomen. Drempelinkomen is uw (als u een fiscale partner heeft uw gezamenlijke) inkomen in de drie boxen tezamen maar vóór aftrek van de persoonsgebonden aftrekposten bestaande uit alimentatiebetalingen, ziektekosten, uitgaven voor levensonderhoud van kinderen van nog geen 30 jaar, weekenduitgaven voor gehandicapten, giften, scholingskosten, kosten van monumentenpanden, kwijtgescholden durfkapitaal. Haalt u die drempel niet, dan hoeft u deze module niet te bestellen. De drempel bedraagt 1,65% bij een drempelinkomen tot €38.000, daarboven 5,75%.

In dit onderdeel worden tevens de premies zorgverzekeringswet behandeld. Als u in loondienst bent, kunnen er complicaties ontstaan als u meer dan één werkgever of uitkeringsinstantie heeft. En als u inkomsten uit arbeid buiten loondienst heeft, krijgt u te maken met de heffing door de belastingdienst van inkomensafhankelijke bijdragen voor de zorgverzekeringswet. U leest hier hoe dat precies in zijn werk gaat.

Het bezit van een monumentenpand is voor veel mensen een droom. Prachtige oude panden, met veel sfeer. Maar het opknappen en onderhoud ervan is een heel stuk duurder dan van een gewoon pand. De overheid wil graag zijn steentje bijdragen aan het behoud van monumenten en heeft daarvoor onder andere een aftrekpost in de inkomstenbelasting gecreëerd. En het restauratiefonds kan u bovendien financiële steun verlenen door het verstrekken van allerlei leningen.

Maar zoals alles in de belastingheffing, is het verre van simpel. Wat is nu precies aftrekbaar en wat niet? En hoe kunt u vooraf te weten komen welk deel van de kosten aftrekbaar zijn, zodat u daarmee bij uw budget rekening kunt houden. Op al deze vragen krijgt u in deze module een klip en klaar antwoord.

In deze module kunt u alles vinden over betaalde alimentatie, aftrekbare giften, scholingskosten, kwijtschelding van durfkapitaal, weekenduitgaven gehandicapten en aftrek voor levensonderhoud voor kinderen van nog geen 30 jaar. Het is een bonte verzameling, maar zeker de moeite waard. Als u alleen informatie wilt over alimentatiebetalingen, dan kunt u eventueel ook de module periodieke uitkeringen aanschaffen. Daarin staat de ontvangen alimentatie behandeld, en dat is spiegelbeeldig aan alimentatiebetalingen. De keus is aan u.

Als u ondernemer bent, kunt u uw zaak drijven als een eenmanszaak (of samenwerkingsverband zoals vennootschap onder firma of maatschap). U bent dan als persoon onderworpen aan de inkomstenbelasting. U kunt uw bedrijf echter ook uitoefenen in de vorm van een besloten vennootschap (BV). Dat wordt vaak gedaan om de aansprakelijkheid voor bedrijfsschulden te beperken of uit te sluiten. De belastingheffing loopt dan heel anders. De BV betaalt vennootschapsbelasting over haar winsten.

Als u het bedrijf zelf uitoefent, dus directeur bent van uw eigen BV, is het daaruit genoten loon voor u als inkomsten als dienstbetrekking belast. Maar dividenduitkeringen zijn belast als winst uit aanmerkelijk belang tegen 25% belastingheffing in box 2. En ook als u de BV verkoopt bent u over de verkoopwinst 25% belasting verschuldigd. Omdat u zowel werknemer als eigenaar bent, heeft u fiscaal gezien twee petten op en dat brengt de nodige fiscale problematiek met zich mee. Daarover kunt u alles lezen in dit deel.

Als u vermogen (bezittingen min schulden) heeft dat hoger is dan het heffingvrije vermogen van € 20.661 (fiscale partners €41.322), dan moet u belasting betalen in box 3. Het gaat daarbij niet om de werkelijke inkomsten die dit vermogen oplevert, zoals ontvangen rente en dividend, maar u moet een vast percentage van 4% als inkomen opgeven. Dat geldt ongeacht het werkelijke inkomen dat u heeft behaald, dus als u geen inkomen heeft gehad, maar ook als u 10% heeft ontvangen. Bij de berekening van dit percentage wordt uitgegaan van uw gemiddelde vermogen per 1 januari en per 31 december van het belastingjaar.

Tot uw vermogen behoren banktegoeden, aandelen, onroerende zaken, vorderingen, roerende zaken die niet voor eigen gebruik zijn (zoals een zeilboot die u in de verhuur heeft) en vermogensrechten, zoals een vruchtgebruik (het recht om bepaalde zaken te gebruiken en de vruchten ervan te plukken, wordt vaak bij een testament geregeld). U mag schulden in aftrek brengen voor zover deze hoger zijn dan € 2.900.

Als het saldo van uw bezittingen en schulden hoger is dan pakweg € 20.000, dan moet u dat aangeven en kunt u niet zonder deze module. U vindt hierin alles over de waardering van uw bezittingen en over de vrijstellingen.

We houden u graag op de hoogte van ontwikkelingen waar u nu of later mogelijk uw voordeel bij kunt doen. Zo hebben wij een overzicht van recent gepubliceerde cijfers gemaakt, en wat dat voor ú betekent.

Deze Special voegen we als extra service gratis aan uw bestelling toe.